Uit de ideeënbus

Jachthonden vzw



Leuk idee werd door één van onze leden naar voor gebracht:

 'héél interessant al die mooie woorden en gebruiken uit het jachtjargon ... maar wat betekenen ze allemaal ????'




Het ABC van de (voor)jager

A


aambeelden

haaktanden in de bovenkaad van een everzwijn

aanblazen

bij aanvang van de drift zal een hoornblazer een bepaald signaal (één korte klank) laten klinken om duidelijk te maken aan iedereen dat de drift begonnen is

aanzit

of loerjacht: het wild wordt afgewacht op hoogzit

afblazen

bij het einde van een drift zal een hoornblazer een bepaald signaal (drie korte snel op elkaar volgende klanken) laten horen om duidelijk te maken dat de drift afgelopen is

à la botte

voor de voet jagen

apporteren

het oprapen van het wild door een hond

B


bagge

vrouwelijk everzwijn

bersen

of pirschen: grofwild wordt beslopen langs onderhouden bospaden

breuk

als een jager een ree, edelhert of wild zwijn heeft geschoten, wordt door een medejager een 'breuk' overhandigd aan de schutter.  De breuk is een takje van een eik, els of spar (beuk komt af en toe ook voor), van net achter de plek waar het dier geraakt is.  De schutter draagt de rest van de dag het takje op zijn hoed of pet.

C


CAC

Certificat d'aptitude Championnat.  Term die gebruikt wordt in zowel het veldwerk als de show = kampioenschapstitel.  Vaak gevolgd door de letter IB (show) of IT (veldwerk), en heeft als aanduiding dat het een internationale kampioenstitel is.

CQN

Certificat Qualité Naturel.  Term uit het veldwerk.  De hond heeft hoog kwalitatief werk laten zien, maar maakte een fout op gebied van africhting.

couleren

Term uit het veldwerk.  Samen met je hond het wild opstoten

D


doodblazen

na een jachtdag wordt een tableau opgemaakt en even stilgestaan bij de oogst van de dag.  Dat doet men dmv het laten klinken van de hoornsignalen.  Voor diverse wildsoorten is dit een ander signaal.  De jagers nemen hun hoed af en zijn een moment stil.

doodverluiden

of doodblaffen.  Wanneer een hond een  geschoten stuk wild gevonden heeft, zal hij luid blaffend aan zijn voorjager aangeven waar het zich bevindt

drijfjacht

of battue. het wild wordt gedreven met de hoop dat het uit de drift zal gejaagd worden

drijven/drijvers

zij die het wild uitdrijven (tracken/trackers)

drukken (zich)

wanneer een dier zich drukt, gaat het zich zo laag mogelijk bij de grond schuilhouden om zo min mogelijk geur af te geven

E


EV

Eervolle Vermelding.  Term uit het veldwerk.  Hond heeft mooi werk laten zien, maar niet voldoende voor een kwalificatie

F


flushen

Term uit het veldwerk.  Wil zoveel zeggen als 'het wild laten opvliegen'

frisling

jong everzwijn

G


GPT

Gibier passé ou tapé.  Term uit het veldwerk die wordt toegekend aan honden die een kans om een punt te maken niet hebben benut

grofwild

tot grofwild behoren volgende diersoorten: edelhert, damhert, ree, wild zwijn, moeflon

H


hazenrein

een hond mag in geen geval achter een haas (of haarwild) aangaan, dan is hij hazenrein

I


INS

Insuffisant.  Term uit het veldwerk die wordt gebruikt om aan te geven dat de hond niet voldoet aan de norm van de wedstrijd, vaak wordt de loop vroegtijdig beëindigd door de keurmeester.

K


keiler

mannelijk volwassen everzwijn

kleinwild

tot kleinwild behoren volgende diersoorten: fazant, korhoen  en patrijs

L


laveien

naar voedsel zoeken

leger

ondiep kuiltje in het veld waarin een haas zich schuilhoudt

lepels

oren van een haas

lopers

poten van een haas

M


moer

vrouwelijke haas

O


overig wild

tot deze categorie behoren volgende diersoorten: houtduif, konijn, vos, verwilderde kat, bunzing, hermelijn, wezel, boommarter en steenmarter

overloper

wild zwijn (everzwijn) van 1 tot 2 jaar

P


pekelen

wanneer een haas geschoten is, is het zaak van hem zo snel mogelijk te laten pekelen of urineren door de blaasruimte staartwaarts uit te duwen.  Doet men dat niet, is de kan groot dat bij het ontvillen de blaas kapot gaat en de urine het vlees onherroepelijk bederft

PO

Pas d'occassion.  Term uit het veldwerk die wordt toegekend aan honden die vrijwel een feilloze loop hebben laten zien, maar geen kans hebben gehad om een punt te scoren op voor die wedstrijdvorm voorgeschreven wild.

R


rammelaar

mannelijke haas

RET

Retiré.  Om aan te geven dat een voorjager z'n hond, om welke reden dan ook - en op eigen initiatief terugtrekt uit de wedstrijd voor het verstrijken van de achtste minuut van de loop.

revieren

systematisch in een zigzagpatroon en tegen de wind in, een veld aflopen om wild op te sporen

rotte

groep everzwijnen met zeugen, frislingen en overlopers

S


slagen maken

het lopen in zigzagpatroon tegen de wind in

steady

(hond) rustig op post zitten, niet inspringen

strekken (van wild)

een bepaalde wildsoort schieten

(verdikking van) Stroh

uitstulping boven het polsgewricht van de voorpoten evan een haas

T


tableau

na een jachtdag wordt een tableau gelegd, dwz al het geschoten wild wordt per soort uitgestald.  Veren en vacht worden gladgestreken, bloedsporen worden zo goed als mogelijk gecamoufleerd.  De sterkste en mannelijke dieren liggen rechts, de zwakkere en vrouwelijke dieren liggen links, grote wildsoorten liggen op de voorste rij, kleinere daarachter.  Daarbij geldt de vuistregel: haarwild gaat voor veerwild.  Eens het tableau gelegd, mag er niet meer overheen gestapt worden uit respect voor het wild.  Nooit een vos samen met ander wild op het tableau leggen (veroorzaakt vossenlintworm).  Het tableau behoort in principe toe aan de jachtheer. 

U


Uitmuntend

Uitmuntend. Term die gebruikt wordt in het veldwerk en show om de prestaties van de hond aan te geven

V


verwaaiing

verwaaiing krijgen = de hond krijgt de geur van wild in de neus

voorjager

de begeleider van de jachthond

voorstaan

of 'arrêt' (arresteren).  De hond heeft wild (fazant, patrijs, snip, ...) geroken, weet precies waar het zit, en zal dit aan z'n baas tonen door zeer kalm en stokstijf te blijven staan.

W


waterwild

tot waterwild behoren volgende diersoorten: wilde eend, krakeend, slobeen, kuifeend, tafeleend, pijlstaart,  wintertaling, smient, grauwe gans, rietgans, watersnip, meerkoet, toppereend, kolgans, kleine rietgans, canadagans, waterhoen, kievit, zomertaling, bokje en goudplevier

weidelijk

weidelijk jagen = jagen met respect voor het wild.  Dit is een serie 'ongeschreven' gedragsregels ivm de jacht bv.  een haas dood je niet in z'n leger, een fazant schiet je niet op de grond maar in hoge vlucht, je schiet geen dier van een te grote of te kleine afstand, etc

Z


ZG

Zeer Goed.  Term die gebruikt wordt in het veldwerk en show om de prestaties van de hond aan te geven

zoelen

bepaalde diersoorten rollen zich in de modder om parasieten uit hun vacht te verwijderen

zweet

bloed van een geschoten dier

Veel gebruikte afkortingen/termen bij wedstrijden

(show, veldwerk, africhting)

A


Africhtingsbrevet

Africhting.  Honden die op elk van de proeven behorend tot het basisbrevet minimum 12 op 20 punten hebben behaald, en daarbovenop ook minimum 12 op 20 punten behaald hebben op elk van de proeven behorend tot de africhtingsproeven.  Deze zijn: markeerapport, apport over water, verloren apport

B


Babyklas

Expo: voor honden tussen 3 en 6 maanden

Basisbrevet

Africhting.  Honden die op elk van de proeven behorend tot het basisbrevet minimum 12 op 20 punten hebben behaald.  Behorend tot het basisbrevet: plaats houden, vrij sturen, kort apport te land, aangelijnd en los volgen, apport uit diep water

BIG

Expo: Best of Group.  Per rasgroep moeten alle Best of Breeds tegen elkaar lopen in de erering voor de titel Best in Group.

BOB

Expo: Best of Breed.  De titel Best of Breed ofwel Beste van het Ras wordt tijdens de hondenshow door de keurmeester aan die hond toegekend die volgens hem/haar de beste vertegenwoordiging van het ras is. Eerst worden uit alle klasses de winnende reuen bij elkaar gezet voor de titel "Beste Reu". (Mits de hond minimaal een uitmuntend heeft gehaald). Daarna worden de winnende teven uit de verschillende klasses gekeurd voor de titel "Beste Teef". Uit de Beste Reu en Beste Teef wordt daarna de BOB gekozen.

BOS

Expo: Best in Show.  De tien winnaars van de BOG strijden tegen elkaar in de laatste keuring van de dag. De winnaar mag naar huis met de titel Best in Show.

C


CAC

Certificat d'Aptitude Championnat = kampioenschapstitel

Wordt zowel in het veldwerk als op show gebruikt.  Vaak gevolgd door de letters IB (show: Certificat d'Apttude Championnat International de Beauté) of IT (veldwerk) wat dan op een Internationale Kampioenstitel duidt.

Elk land stelt andere eisen aan het kampioenschap: bv om Belgisch Kampioen show te worden, moet de hond 4 CAC's behaald hebben en tussen het behalen van het eerste CAC en het laatste CAC moet er 1 jaar en 1 dag tussen zitten.

Sommige hondenrassen (waaronder onze staande honden) moeten om Belgisch Kampioen te worden, naast het behalen van 4 CAC's ook nog een 'werkpunt' behalen.  Dit betekent dat er ook minstens een kwalificatie Zeer Goed moet gescoord worden tijdens een veldwerkwedstrijd.

D


disk.

Diskwalificatie.  Term uit de expo.  Kan alleen geschieden op grond van de in de standaard genoemde voorwaarden. Honden die niet aan de standaard van hun ras voldoen, komen niet voor de toekenning van een kwalificatie in aanmerking.

G


G

Expo. Goed.  Kwalificatie op show van - naar +: Matig, Goed, Zeer Goed, Uitmuntend

De kwalificatie "goed" wordt toegekend aan honden die nog wel aan de standaard van hun ras voldoen, maar door meerderde afwijkingen, die het ideale rasbeeld duidelijk storen of door een ernstige fout, kunnen zij niet in aanmerking komen voor de kwalificatie "zeer goed".

Gebruikshondenklas

Expo:  honden, die voor de eerste dag van het evenement de volle leeftijd van 15 maanden hebben bereikt. Bijgevoegd bij de inschrijving moet worden een kopie van de verklaring dat de betreffende hond in de gebruikshondenklas mag worden toegelaten, afgegeven door de overkoepelende landelijke organisatie van het land waarin de eigenaar van de hond woonachtig is. Indien deze kopie niet is bijgevoegd, wordt de hond ingeschreven in de openklasse.

Groepsklasse

Expo:  "Beste Groep van de dag". Voor groepen van minstens drie honden van hetzelfde ras en varieteit zonder onderscheid van geslacht en bonafide eigendom van dezelfde exposant. De honden die worden ingeschreven in de groepsklas moeten ook in een der andere klassen zijn ingeschreven.

J


Jeugdklas

Expo: honden, die voor de eerste dag van het evenement de volle leeftijd van 9 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 18 maanden nog niet hebben bereikt. (De toekenning van het (res) CACIB is niet mogelijk in deze klasse).

Jongehondenklas

Expo: ook wel 'tussenklas' genoemd.  voor honden, die voor de eerste dag van het evenement de volle leeftijd van 15 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 24 maanden nog niet hebben bereikt.

K


Kampioensklas

Expo: honden die voor de eerste dag van het evenement de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt en een Nationale of Internationale kampioenschapstitel hebben; bijvoorbeeld Nederlands, Belgisch of Duits Kampioen, of VDH-kampioen. De volgende titels vallen hierbuiten: AKC, Europees- of Wereldkampioen F.C.I., alsmede Siegertitels. De kampioenstitels dienen op het inschrijfformulier te worden vermeld. Een fotokopie van de toekenning van een van de titels door de overkoepelende organisatie, dient met de inschrijving te worden meegestuurd. Indien deze kopie niet is bijgevoegd, wordt de hond ingeschreven in de openklas.

Koppelklasse

Expo:  Titel "Beste Koppel van de dag". Voor twee honden van hetzelfde ras en varieteit zonder onderscheid van geslacht en bonafide eigendom van dezelfde exposant. De honden die worden ingeschreven in de koppelklas moeten ook in een andere klasse zijn ingeschreven.

M


M

Matig. Kwalificatie op show van - naar +: Matig,Goed, Zeer Goed, Uitmuntend

De kwalificatie "matig" wordt toegekend aan honden, die in te geringe mate aan de standaard van hun ras voldoen en aan honden die door een zeer ernstige fout niet voor een hogere kwalificatie in aanmerking komen.

Markeerapport


O


Open klas

Expo:  honden, die voor de eerste dag van het evenement de volle leeftijd van 15 maanden hebben bereikt.

P


Puppyklas

Expo: Voor honden, die voor de eerste dag van het evenement de volle leeftijd van 6 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 9 maanden nog niet hebben bereikt. (De toekenning van het (res)CAC-CACIB is niet mogelijk in deze klasse).

R


RCAC

Expo: Reserve CAC

T


Tussenklas

Expo: ook wel 'tussenklas' genoemd.  Voor honden, die voor de eerste dag van het evenement de volle leeftijd van 15 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 24 maanden nog niet hebben bereikt.

U


U

Uitmuntend.  Kwalificatie op show van - naar +: Matig, Goed, Zeer Goed, Uitmuntend  Deze kwalificatie mag slechts toegekend worden aan honden die zodanig aan de standaard van hun ras voldoen dat, een geringe afwijking of een kleine fout het ideale rasbeeld niet stoort. Deze kwalificatie kan slechts worden toegekend aan honden, waarvan de kwalificatie van dien aard is, dat zij eventueel voor een kampioensprijs in aanmerking komen.

V


VB

Veelbelovend.  Kwalificatie op show, enkel toegekend aan honden voorgebracht in babyklas en puppyklas

W


Werkklas

Expo:  honden, die voor de eerste dag van het evenement de volle leeftijd van 15 maanden hebben bereikt. Bijgevoegd bij de inschrijving moet worden een kopie van de verklaring dat de betreffende hond in de gebruikshondenklas mag worden toegelaten, afgegeven door de overkoepelende landelijke organisatie van het land waarin de eigenaar van de hond woonachtig is. Indien deze kopie niet is bijgevoegd, wordt de hond ingeschreven in de openklasse.

Z


ZG

Zeer Goed.  Kwalificatie op show van - naar +: Matig,Goed, Zeer Goed, Uitmuntend

De kwalificatie "zeer goed" mag worden toegekend aan honden, die in het algemeen aan de standaard van hun ras voldoen. Door enkele onvolkomenheden, die het ideale rasbeeld storen, kunnen zij niet in aanmerking komen voor de kwalificatie "uitmuntend".